De voornaamste remedie die minister De Sutter tegen de sociale wantoestanden in de pakjessector ziet, is het opleggen van een verplichting aan de koeriersbedrijven om vanaf volgend jaar werknemers in vaste loondienst in te schakelen. Dat lezen we in de pers en heeft de minister ook al in de bevoegde commissie laten verstaan. Vanaf 2023 voor minstens 20% van de pakjes, vanaf 2024 voor minimum de helft, en vanaf 2025 zelfs voor ten minste 80% van het totale volume.

Maar dat plan stuit op een fundamenteel probleem. De vrije mededinging over de grenzen van EU-lidstaten heen, en de vrijheid van ondernemen zijn hoekstenen van onze eengemaakte Europese economische markt. Wij zien niet in hoe België dergelijk verregaand regelgevend kader eenzijdig kan invoeren terwijl in nagenoeg de rest van de Europese Unie andere marktregels blijven gelden. Akkoord, in Spanje heeft men vorig jaar een wet doorgevoerd die maaltijdbezorgers verplicht om hun bezorgers vast in loondienst te nemen, maar daarover is zeker het laatste woord door het Europees Hof van Justitie nog niet gezegd. Intussen maakte Deliveroo trouwens al bekend dat het zich uit de Spaanse markt terugtrekt.

INVESTERINGSZEKERHEID OP LOSSE SCHROEVEN

Ook op het vlak van investeringen maakt het een wezenlijk verschil uit of een koeriersbedrijf al dan niet verplicht met vast personeel moet werken. Een distributiedepot vereist een andere inplanting en inrichting als er met vaste werknemers wordt gewerkt. Want in dat scenario moet het bedrijf ook een eigen vloot bestelwagens hebben. Die moeten ergens geparkeerd worden. Werknemers moeten ook over een aantal eigen lokalen kunnen beschikken: een lunchruimte, méér sanitaire voorzieningen, een afkolfruimte, enz.

Wat met de investeringszekerheid? Amazon heeft zopas bekendgemaakt een distributiecentrum te openen in Antwerpen. Moet dat bedrijf nu plots binnenkort door een gewijzigd wetgevend kader haar recente investering herbekijken? Soms is er bij een bestaand depot niet voldoende uitbreidingsruimte voor de benodigde parkings en extra lokalen voor de werknemers. Met zo’n beleid jaag je investeerders weg uit je land. Is het dat wat minister De Sutter wil bereiken?

HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

Voor alle duidelijkheid, bij N-VA zijn we evenzeer geschokt door de sociale wantoestanden die de laatste maanden aan het licht kwamen in de pakjesmarkt. Daarom dat ik samen met mijn collega Björn Anseeuw een wetsvoorstel indiende waarbij we de koeriersbedrijven hoofdelijk aansprakelijk maken voor het personeel van de onderaannemers wanneer blijkt dat loon- en arbeidsvoorwaarden niet werden gerespecteerd. Dat moet er voor zorgen dat koeriersbedrijven, wanneer ze met onderaannemers werken, proactief goede afspraken maken waaronder de naleving van de sociale wetgeving door die onderaannemers (geen zwartwerk, betaling RSZ-bijdragen,…)

Anders dan het voorstel De Sutter heeft dit systeem zijn nut reeds bewezen in andere sectoren zoals de bouw-  en bewakingssector (denk aan de ConstruBadge voor bouwvakkers die het levenslicht zag) en staat deze niet haaks op principes van vrij ondernemen, noch ondergraaft ze de investeringszekerheid.

GELIJK SPEELVELD

Minister De Sutter heeft al meermaals verklaard dat de beoogde aanpassingen aan de postwet er op gericht zijn om een gelijk speelveld te creëren in de markt. Bpost heeft inderdaad veel meer personeel in dienst voor de pakjesbezorging maar werkt, door haar statuut als gewezen staatsbedrijf, met preferentiële loon- en arbeidsvoorwaarden die de rest van de pakjessector niet heeft. Dat betekent een flinke slok op de borrel en levert het overheidsbedrijf een belangrijk concurrentieel voordeel op. Terwijl heel de sector de afspraken moet naleven van het specifiek paritair comité voor het wegvervoer en de logistiek, werkt bpost met geheime cao’s die het daglicht niet mogen zien.

Verder zijn er ook belangrijke privileges die de reguliere koeriersbedrijven niet hebben. Zo moet er géén btw aangerekend worden wanneer een burger een pakje verstuurt. Doet diezelfde burger dat via een ander koeriersbedrijf, dan is de verzending 21% duurder door de btw die erbij komt. Ook schakelt bpost dezelfde werknemers en dezelfde voertuigen in voor de bezorging van zowel pakjes als klassieke brievenpost én kranten. En laat bpost nu net een soort monopolie hebben op die brievenpost, via de toekenning van de universele dienst, met steeds stijgende postzegelprijzen, én daarnaast ook een buitensporig hoge vergoeding voor die krantenbezorging genieten, via de concessie van 175 miljoen euro per jaar.

Bpost is heus niet het kneusje van de pakjesmarkt. Dat bewijst haar dominante positie waarbij ze instaat voor 40% van het volume in ons land en meer dan dubbel zo groot is dan elk van de andere grote spelers.

BELANGENCONFLICT

En dat brengt ons tot het politiek probleem: hoe kan je als minister enerzijds bevoegd zijn voor telecom en post en anderzijds minister van overheidsbedrijven zijn? Als voogdijminister van de grootste aandeelhouder is het haar taak om erop toe te zien dat Proximus en bpost een zo hoog mogelijk rendement genereren. Maar tegelijkertijd reguleert ze de rechtstreekse concurrenten van die bedrijven. Al bij het aantreden van de paarsgroene regering vroeg ik aan de eerste minister of dat geen belangenconflict vormde. Zijn antwoord was opmerkelijk. Hij stelde: “Zij zal zich zo neutraal mogelijk opstellen en alles doen om elk mogelijk belangenconflict te voorkomen.”.

Niet dus, want hier hebben we een enorm belangenconflict! De minister wil draconische maatregelen invoeren die verder gaan dan eender welk ander Europees land, ze ondermijnt de investeringszekerheid en de vrije mededinging. Er is duidelijk maar één speler die hier beter van wordt: bpost met haar preferentiële loon- en arbeidsvoorwaarden en royale subsidies.

Als de regering echt werk wil maken van een gelijk speelveld, dan moet ze beginnen nadenken over een propere opdeling van de verschillende activiteiten van bpost, zodat duidelijk wordt wat de werkelijke kostprijs en opbrengsten zijn van de pakjesbedeling. Verder moet de bevoegdheid voor een welbepaalde overheidsbedrijf afgesplitst worden van deze die de betrokken sector reguleert.

En het probleem van sociale dumping? Daar bestaan betere oplossingen voor, zoals het invoeren van de hoofdelijke aansprakelijkheid. Aangezien het systeem zijn nut reeds heeft bewezen in andere sectoren, zie ik niet in waarom dat voor de pakjesmarkt niet zou werken?

Onderwerpen