De Proximus-saga is een schoolvoorbeeld van hoe strategische gokdrift, gebrekkig risicobeheer en politieke benoemingen een overheidsbedrijf in moeilijkheden kunnen brengen. De Belgische belastingbetaler — als hoofdaandeelhouder — betaalt de rekening: miljarden aan verdampte beurswaarde, een dure perpetuele obligatie die eeuwigdurend rente vreet, en een CEO die na een verlengd mandaat en royale vergoedingen alsnog vertrekt. Tijd om de eindverantwoordelijkheid onder ogen te zien.

Route Mobile: bijna half miljard op in rook

De overname van Route Mobile is wel het meest recente en tastbare voorbeeld van een jarenlang patroon van strategische misstappen. Het gaat om een Indiaas technologiebedrijf actief in zogeheten cloud communication services. Een andere markt, een andere bedrijfscultuur en een ander risicoprofiel dan Proximus.

Proximus investeerde 636 miljoen euro in Route Mobile. Het aandeel noteerde bij instap 1.626 Indiase roepie. De koers staat vandaag rond ₹575 per aandeel. Dat is minder dan één derde van de originele waarde of een verlies van zo’n 400 miljoen euro.

Voor de Belgische belastingbetaler is dit geen abstract cijfer, maar een concreet gevolg van strategische keuzes die verkeerd uitdraaiden. Route Mobile is geen ongeluk, maar een symptoom.

Gefinancierd met een perpetuele bom

De fouten beperken zich niet tot de overname zelf. Proximus had het geld niet. De deal werd gefinancierd via een tijdelijke bruglening, gevolgd door de uitgifte van een perpetuele obligatie van 700 miljoen euro tegen 4,75 procent, in maart 2024.

Dergelijke instrumenten worden doorgaans enkel ingezet door ondernemingen die moeilijk nog klassieke financiering vinden. Ze tellen boekhoudkundig deels als eigen vermogen, maar vereisen eeuwigdurende rentebetalingen — in dit geval ongeveer 33 miljoen euro per jaar, zonder aflossing. In 2031 volgt bovendien een reset van de coupon, waarbij de rente volgens macro-economen fors de hoogte kan ingaan.

Al vóór deze operatie kampte Proximus met een hoge schuldratio. Nadien liep die verder op. Dit was een dure en risicovolle keuze, zeker in combinatie met dalende bedrijfswaarde. Goedkopere en minder risicovolle alternatieven bestonden, maar men koos voor maximale leverage op het slechtst denkbare moment.

CEO Boutin: vertrekken zonder vangnet

Guillaume Boutin, CEO sinds 2020, was de architect van deze internationale expansiestrategie. In de Kamercommissie hekelde ik zijn “enorme fouten”: een strategische gok die mislukte en resulteerde in een verlies van minstens een half miljard euro.

Toch verlengde de Raad van Bestuur in juli 2024 zijn mandaat tot 2030. Daarbovenop kwamen een jaarlijkse bonus van 400.000 euro voor internationale taken en 75.000 aandelen als zogenaamde succesvergoeding. Slechts zeven maanden later, op 7 februari 2025, kondigde Boutin zijn vertrek aan naar Vodafone, effectief vanaf mei 2025.

Opvallend: er was geen concurrentiebeding. Boutin kan dus zonder beperking overstappen naar een rechtstreekse concurrent, gewapend met gedetailleerde kennis van Proximus’ strategie, zwakke plekken, schuldenstructuur en toekomstige investeringsnoden. Dat vormt een reëel risico voor het bedrijf.

Boutin wist bovendien als geen ander wat Proximus te wachten stond: oplopende schulden, mislukte internationale ambities en toenemende druk van aandeelhouders. Zijn vertrek oogt dan ook als dat van een kapitein die het zinkende schip verlaat, terwijl de rekening achterblijft bij de belastingbetaler.

Stefaan De Clerck (CD&V): verantwoordelijkheid zonder gevolgen

Daarmee komen we bij de eindverantwoordelijke: CD&V Stefaan De Clerck, voorzitter van de Raad van Bestuur sinds september 2013. Het is precies de taak van een voorzitter om voor strategische risico’s te waken — financieel én bestuurlijk. Dat gebeurde niet.

Sinds zijn aantreden ging ongeveer 7,5 miljard euro (!!) aan beurswaarde verloren. De Route Mobile-misser is dus slechts één element in een veel breder en zorgwekkend rapport van waardevernietiging.

Gedurende de hele periode bleef De Clerck pal achter Boutin staan. Bij mijn kritiek op de verlenging van diens mandaat verklaarde De Clerck in de Kamer: “Ik neem die verantwoordelijkheid op mij, en ben er fier op.”

Laat ons die woorden ernstig nemen. Verantwoordelijkheid nemen betekent ook de gevolgen dragen. Het mandaat van De Clerck loopt af op de Algemene Vergadering van 2026 over enkele maanden. Hij vertrekt. Maar intussen ontving hij wel jaarlijkse een bruto jaarvergoeding van 250.000 euro, meer dan een ministermandaat, terwijl de belastingbetaler miljarden ziet verdampen.

Als elementair teken van verantwoordelijkheid roep ik Stefaan De Clerck op om zijn laatste jaarvergoeding niet op te nemen of terug te storten. Voorzitterschap is geen eretitel, maar een verantwoordelijkheid die ook consequenties vergt.

Dat de telecomsector uitdagingen kende, is één ding. Maar 7,5 miljard euro aan vernietigde waarde terwijl concurrenten zoals Deutsche Telekom (+25%) en Orange (-15%) veel beter presteerden, wijst op structureel wanbeheer bij Proximus.

Lessen voor de politiek: geen cadeaus meer

Proximus is geen privébedrijf. 53,5 procent is in handen van de Belgische staat. Politieke benoemingen zonder expertise zijn hier een deel van het probleem.

Een voorzitterschap van de Raad van Bestuur mag geen loutere politieke beloning zijn. Het moet worden ingevuld door mensen met aantoonbare ervaring, kennis van risicobeheer en een bewezen track record in complexe herstructureringen. Wie die ervaring niet heeft, moet kunnen rekenen op intensieve begeleiding en gerichte vorming om deze cruciale rol naar behoren te vervullen.

De politiek moet hieruit lessen trekken: strengere governance, voldoende inhoudelijke expertise en volledige transparantie over schulden en participaties. Gebeurt dat niet, dan dreigt Proximus een speeltuin te blijven voor hoge vergoedingen, terwijl aandeelhouders en belastingbetalers de prijs betalen.

Michael Freilich