Het nieuwe Europese handboek — beschikbaar via de website van de Commissie — bevestigt wat Joodse gemeenschappen al jaren ervaren: het merendeel van de antisemitische incidenten vindt vandaag online plaats. Wat vroeger gedrukt werd in pamfletten, gaat nu viraal in de vorm van memes, video’s en hashtags. Handbook on Online Antisemitism
Antisemitisme is historisch een kameleon. Het past zich aan aan elke nieuwe communicatietechnologie. Van middeleeuwse preken tot 19de-eeuwse karikaturen, van radio tot film. Vandaag zijn dat algoritmes, virale beelden en gecodeerde boodschappen die voor buitenstaanders onschuldig lijken maar voor ingewijden glashelder zijn.
Oude complotten, nieuwe algoritmes
De inhoud van de haat is nauwelijks veranderd. Het blijft draaien rond complottheorieën over een vermeende Joodse elite, ontmenselijking en het demoniseren van Israël als collectief symbool voor “de Joden”. Wat wél veranderd is, is de snelheid en schaal.
Het handboek maakt een cruciaal onderscheid tussen oude clichés die gewoon online worden herhaald en nieuwe digitale vormen die specifiek ontstaan binnen online subculturen. Antisemitisme wordt verpakt als humor, ironie of “kritiek op de elite”. Dat maakt het moeilijker te herkennen en te bestrijden.
Algoritmes versterken dat effect. Woede en polarisatie genereren bereik. Bereik genereert invloed. Het resultaat is een digitale omgeving waarin antisemitische narratieven niet alleen circuleren, maar worden beloond.
Van online haat naar reële dreiging
Wie dit minimaliseert als “slechts woorden”, vergist zich. Online antisemitisme vertaalt zich in concrete intimidatie: haatcampagnes tegen Joodse studenten, doxxing, bedreigingen en georganiseerde digitale aanvallen op Joodse instellingen.
Bovendien komt die haat vandaag uit verschillende ideologische hoeken: extreemrechts, islamistisch extremisme en delen van radicaal-links discours. De motieven verschillen, het doelwit blijft hetzelfde.
Het handboek toont ook hoe antisemitisme functioneert als een allesverklarend wereldbeeld. In tijden van crisis — pandemie, oorlog, geopolitieke spanningen — pieken complottheorieën en neemt de online haat toe.
Wat betekent dit voor het Belgische parlement?
Voor België zijn hier duidelijke lessen uit te trekken.
Ten eerste moeten we de digitale dimensie van antisemitisme ernstig nemen in ons veiligheids- en preventiebeleid. Online haat is geen randfenomeen maar een voorloper van fysieke dreiging.
Ten tweede moeten we inzetten op digitale geletterdheid en onderwijs. Jongeren moeten leren hoe complottheorieën werken, hoe memes manipuleren en hoe antisemitisme zich vermomt als “grap” of “activisme”.
Ten derde is er een rol voor wetgeving en toezicht op platformen. De Europese regels bestaan, maar de handhaving moet ook op nationaal niveau prioritair worden gemaakt.
Ten vierde moeten politie en justitie beter worden uitgerust om online haatcampagnes te detecteren en te vervolgen, inclusief doxxing en georganiseerde intimidatie.
En tot slot moeten we consequent blijven werken met de IHRA-definitie als leidraad voor beleid en opleiding van overheidsdiensten.
De strijd tegen antisemitisme is altijd een test geweest voor de weerbaarheid van onze democratie. Vandaag wordt die test afgenomen in de digitale ruimte.
Het antisemitisme van de 21ste eeuw zit niet langer in pamfletten, maar in uw tijdlijn. Wegkijken is geen optie.
Michael Freilich, Federaal Kamerlid (N-VA)