U heeft nog geen toestemming gegeven om noodzakelijke cookies te plaatsen. Accepteer de nodige cookies om deze content te zien.
Zoals al geruime tijd werd aangekaart, bevestigen de jaarresultaten van 2025 wat velen vreesden. Op het niveau van omzet en EBITDA lijkt Proximus stand te houden. De Belgische activiteiten presteren degelijk, met groei in de klantenbasis en een verdere uitrol van fiber. Maar deze operationele stabiliteit vertaalt zich steeds minder in effectieve kasstromen.
De vrije kasstroom staat onder zware druk. Hoge investeringen in fiber en 5G, stijgende financieringskosten en vooral tegenvallende prestaties van de internationale divisie zorgen voor een structureel onevenwicht. Wat jarenlang werd gepresenteerd als een stabiel dividendbedrijf, blijkt vandaag financieel veel fragieler.
De kern van het probleem ligt bij de internationale strategie. Proximus Global moest een tweede groeipijler worden, maar blijkt in de praktijk eerder waarde- en cashvernietigend. Dalende marges, toenemende concurrentie en een snel veranderende markt ondergraven het model. De overname van Route Mobile, ooit verkocht als strategische hefboom, is vandaag een bron van onzekerheid. De verwachte synergieën blijven uit, terwijl de markt evolueert richting lagere marges en commoditisering.
De goodwill-afschrijving van 275 miljoen euro op de internationale activiteiten is dan ook geen detail, maar een duidelijke erkenning dat eerdere inschattingen fout waren. En belangrijker: deze afschrijving lost niets op. Ze bevestigt enkel dat er in het verleden te veel kapitaal werd geïnvesteerd in activiteiten die vandaag onvoldoende rendement opleveren. Het risico op bijkomende afwaarderingen blijft reëel.
Proximus zit daardoor in een klassieke “capex trap”: hoge investeringen zijn noodzakelijk om competitief te blijven in België, terwijl de internationale activiteiten onvoldoende cash genereren. Tegelijk blijven schulden en dividendverwachtingen druk uitoefenen. Het resultaat is een structureel zwakke vrije kasstroom en een steeds kleinere financiële ademruimte.
Maar dit verhaal is niet enkel financieel. Het is ook politiek.
Als lid van de Kamer en actief in de commissie Overheidsbedrijven heb ik herhaaldelijk gewaarschuwd voor deze evolutie. Het is precies de rol van het parlement om toezicht te houden op staatsbedrijven, om strategische keuzes kritisch te bevragen en om tijdig alarm te slaan wanneer risico’s zich opstapelen.
In dit dossier kan men niet om de politieke verantwoordelijkheid heen. De Raad van Bestuur, die onder invloed staat van de overheid als meerderheidsaandeelhouder, heeft de strategie jarenlang laten ontsporen zonder voldoende bijsturing. De eindverantwoordelijkheid ligt dan ook bij de voorzitter van de Raad van Bestuur, Stéphane De Clerck.
Dat moet benoemd worden. Want zonder duidelijke verantwoordelijkheid is er ook geen geloofwaardig herstel.
Tegelijk is dit geen verhaal dat enkel achteruitkijkt. Proximus staat vandaag op een kantelpunt. Met een nieuwe CEO aan het roer en binnenkort ook een nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur, wordt een nieuwe bladzijde omgeslagen.
Dat biedt kansen. Maar enkel als er effectief lessen worden getrokken uit het verleden: een striktere discipline in kapitaalallocatie, een herziening van de internationale strategie en een duidelijke focus op duurzame kasstromen.
Want uiteindelijk geldt één eenvoudige waarheid: niet de winst op papier, maar de cash bepaalt de gezondheid van een bedrijf.