Michael Freilich waarschuwt voor antisemitisme bij Israëlboycot

Door Michael Freilich op 2 juni 2021

Het oproepen om 'Joodse' Israëli’s (dus niet de staat zelf) te boycotten is geen mening maar discriminatie op basis van afkomst en dus racisme. Of geldt dat alleen maar in één richting? Die vraag stelt Michael Freilich (N-VA) zich in onderstaand opiniestuk over de BDS-beweging. Hij stelde er ook verschillende vragen over aan de minister van Justitie (video hieronder).

Tijdens de meest recente oorlog tussen Israël en Hamas klonken er her en der stemmen, waaronder die van een groene partijvoorzitter, die opriepen tot ‘gerichte acties’ tegen Israël. Dit soort meningen vinden hun oorsprong in de zogenaamde BDS-beweging, die pleit voor boycot, de-investeringsmaatregelen en sancties (afgekort BDS) tegen Israël. Hierbij wordt niet enkel het desbetreffende land geviseerd, maar ook vormen van economische, academische, culturele en medische samenwerkingsverbanden.

BDS is volgens kamerlid Michael Freilich niet alleen uitzonderlijk kortzichtig, maar vaak ook ronduit antisemitisch. “Men viseert niet één land, maar ook bedrijven en personen. Israëlische kunstenaars zouden bijvoorbeeld geviseerd worden indien zij joods zijn, maar niet als het om Arabische inwoners van Israël gaat.”

Nazi propaganda

Michael Freilich staat niet alleen met deze mening. Zo heeft de Duitse Bundestag in 2019 een resolutie aangenomen, over de partijgrenzen heen, die de BDS-beweging eveneens omschrijft als antisemitisch. Een aantal Duitse parlementsleden beweerden zelfs dat sommige van de BDS-slogans doen denken aan onvervalste nazi propaganda. De Duitse resolutie beloofde bovendien om geen financiële steun te verlenen aan organisaties die het bestaansrecht van Israël in twijfel trekken, aan projecten die oproepen tot de boycot van Israël of aan organisaties die BDS actief steunen.

Andere Europese landen zoals Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en Tsjechië hebben BDS veroordeeld en in de Verenigde Staten hebben maar liefst 35 staten wetten of regels afgekondigd tegen deze beweging. In België blijft het echter stil omtrent een veroordeling van de BDS-beweging. Daarom stelde Freilich in de Kamercommissie Justitie de volgende vragen aan minister Van Quickenborne;

Vragen

  1. Wat is het standpunt van de regering met betrekking tot de BDS-beweging?
  2. Kan de BDS-beweging volgens u aanzien worden als antisemitisch, zoals Duitsland dat deed? Indien niet, gaat u de Duitse resolutie aankaarten op Europees niveau?
  3. Wat vindt u ervan dat men individuele burgers viseert, louter vanwege hun joodse afkomst, ook al hebben die geen banden met de Israëlische regering.
  4. Aangezien de Belgische regering gekozen heeft voor de weg van de dialoog, kan zij tegelijkertijd steun verlenen aan organisaties, die WEL oproepen tot BDS?
  5. Is de regering van plan om deze beweging naar het Duitse voorbeeld te bannen of om hiertoe een voorbereidend onderzoek te laten voeren?

Teleurgesteld

Wie hoopte op een krachtig signaal van de minister was er echter aan voor de moeite. Freilich reageert teleurgesteld: “De minister antwoordde dat de activiteiten van BDS niet vallen binnen de marges van wat strafbaar is en dat hij noch deze regering de ambitie hadden om de ‘vrijheid van mening’ te beperken.”

Volgens Freilich is het oproepen om Joodse Israëli’s te boycotten geen mening maar een stap verder, “namelijk discriminatie op basis van afkomst en dus racisme, of geldt dat alleen maar in één richting?”, aldus het N-VA parlementslid.

Vragen aan de minister

Deze kan u hier bekijken:

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is